Gippsland Lakes

//Gippsland Lakes

Gippsland Lakes

Wanneer je gaat roadtrippen probeer je altijd een plan te maken, zodat je je kunt voorbereiden op je route en weet wat je eindbestemming is. Ik had vandaag alleen dat laatste voor mezelf ingevuld. Met een simpele app op mijn telefoon stapte ik in de auto en gingen we op pad.

Nog even snel langs een tankstation om de grijze bak van gas te voorzien, waarna we er helemaal klaar voor waren. Twee uur rijden was het idee, met als eindbestemming een 360 graden uitzicht over de Gippsland Lakes, een gigantisch uitgestrekt gebied waar je uren doorheen kunt zwerven. Maar dit pakte iets anders uit dan verwacht.

De rotondes gaan me ditmaal stukken beter af. Eindelijk begrijp ik welke auto’s ik moet volgen en met mijn neus in de lucht, een zonnebril voor de dag erop geprent, voor de zekerheid zonnebrand mee en mijn boek als ik ergens een fijn plekje vind ben ik klaar voor wat me ook te wachten staat.

Braaf volg ik de route die de mannenstem uit mijn telefoon me beveelt te volgen. Hij is vriendelijk en zo Hollands dat alles wat er uit z’n mond komt heel anders klinkt dan het origineel. Na iedere keer een blik te werpen op het beeldscherm snap ik waar hij me heen wilt brengen. Steeds verder raak ik verdwaald in de natuur van Australië waardoor ik mijn best moet doen om me op de weg te focussen. Na een tijdje wordt het landschap om mij heen iets vlakker, voller bebost en zijn er meertjes en rivieren die ik in de drogere countryside nog niet ben tegengekomen.

Allerlei groene en bruine borden met vreemde namen die me intrigeren suizen voorbij. In ons kikkerland krijg je om de zoveel kilometer een waarschuwing dat het doelwit in zicht is. Hier moet je binnen 300 meter aan je hersenen kunnen doorgeven wat je werkelijk hebt gelezen, dan beslissen of je erheen wilt en dan nog eens keihard op je rem trappen, wat onmogelijk is. Dus na wat interessante afslagen gemist te hebben blijf ik gewoon straight ahead gaan.

Als de radio plots begint te storen en me langzaam in de steek laat, voel ik me ineens heel ver van huis.

Eenmaal zo alleen op de weg zonder enig gezelschap van relaxende melodieën en omringd te zijn met alles wat onbekend voor me is, lijk ik even eenzaam. Maar alsof het land mijn energie aanvoelt beginnen de heuvels hoger te worden en komen vredige schilderachtige dorpjes me tegemoet. Het feit dat ik er bijna ben raakt me nog niet tot ik een berg oprijd en plots uitzicht heb over azuurblauwe meren en de oceaan verderop. Een wauw ontglipt me en mijn ogen vergroten. Terwijl ik de al afdalende bochten met enige concentratie volg kijk ik uit over Lakes Entrance, wat een stadje blijkt te zijn. Het is er toeristisch maar authentiek en in de hoofdstraat, omringd door vooral veel vakantiehuizen op hoge bergen, is het gezellig druk.

Links van mij worden kleine terrasjes van de schattige restaurants en cafés gevuld met mensen, rechts wordt er aan de rand van één van de grote meren een gemoedelijke markt georganiseerd. Als ik er binnen tien minuten doorheen ben gereden wordt alles om me heen opnieuw gevuld met natuur. Ik lijk het panorama uitzicht over de meren hier niet te kunnen vinden, dus stop ik en typ opnieuw wat in voor meneer de Google Maps. Hij wilt dat ik naar het Kalimna lookout point ga, wat tien minuten terug is. Oftewel, bij de ingang van het stadje. Iets vlak langs de weg wat ik voor de tweede keer bijna voorbij rijd trekt net op tijd mijn aandacht, waardoor ik met piepende banden afsla.

Er vertrekt net een gezin van een houten opgezette verhoging. Ik neem de blauw geschilderde traptreden omhoog en loop langs de vrolijk gekleurde verrekijkers die geld van je verlangen voor ze je een kijkje door hun ogen geven. Omdat ik het liever zelf doe pak ik mijn mobiel en camera en gebruik beiden om wat foto’s te maken. Maar nadat ik dat heb gedaan leg ik alles even opzij en geniet van wat ik zie. Ik neem de natuur tot me en bedank mijn eigen kijkers voor het feit dat ze me het beste zicht geven op wat er voor me ligt.

Na een moment rust loop ik naar beneden en stap in de oververhitte auto, ondanks de vooral grijswitte lucht boven me, en tik het volgende doel in op het beeldscherm van m’n leeglopende mobiel. Ik leg het in het bakje voor de versnellingspook (die ik amper nodig heb, want ik heb een automaat en dat is geweldig) en laat de Lakes achter me. Na opnieuw een uur in de auto, waarschijnlijk langer aangezien je af en toe om moet rijden omdat je verkeerd bent gereden of ineens andere onhandige plannen verzint, kom ik aan in Loch Sport. Een bijna spookachtig stadje waar ik via een lange rechte weg tussen de vlakke meren en lage bomen door in beland.

Ik ben verward als ik door de struikgewassen heen korte glimpen opvang van iets wat blauw oogt. Het verschil met de lucht is er bijna niet en als ik een scherpe bocht naar rechts volg en vooruit kijk voel ik me dan ook verrast. Vlak onder de witte deken zie ik de oceaan en kleine stukken land die zich lijken te mengen met de wolken. Mijn adem wordt even weggenomen en dromerig zie ik de eilandjes en het prachtige tafereel van de roerloze zee die me kalm aan lijkt te staren. Eenmaal in Loch tast ik in een verdwaald beeld van wat Australië moet voorstellen. Er is geen lokale wandelaar buiten te vinden en ondanks dat er velen staan liggen de oude en nieuwe huizen tussen de diepgroene bomen er vreemd genoeg verlaten bij.

Eerst kom ik tot stilstand in een doodlopende straat waar het enige leven dat ik vindt een man is die tijdens het klussen keihard in z’n tuin staat te zingen en een auto die rechtsomkeert maakt, omdat die net als ik de verkeerde aanwijzingen heeft gevolgd. 

In tegenstelling tot de bestuurder van de prachtige zwarte jeep stap ik even uit om mijn benen te strekken en het meer te bekijken waar het huis van de soort van operazanger aan ligt. Er is weinig interessants aan en dus ga ik verder waar ik gebleven was. Het felblauwe bordje met Surf Beach erop geschreven is de plek waar ik naar terug ga en me doet afslaan naar een zijstraat. Daar zie ik opnieuw een bordje die me enthousiast maakt met de woorden waar ik naar op zoek was en dus sta ik snel op de rem, rij iets achteruit en ga dan naar links.

De ver uitlopende grijze afalt-streep voor me lijkt oneindig te zijn, tot ik plots wordt staande gehouden door rijen bomen die me knus omringen. Naast de enige andere twee auto’s die op de kalkstenen parkeerplaats opgesteld staan heb ik vooral oog voor het moderne houten gebouw links van mij om mijn blaas eindelijk te kunnen legen. De openbare toiletten zijn bij ieder strand te vinden en zijn vrij hygiënisch voor iets openbaars. In tegenstelling tot mijn vorige bezoek aan het toilethutje bij Seaspray Beach is dit een simpele zwarte bril met eronder een lang gat dat ergens eindigt waar ik als ik de geur moet volgen absoluut niet in zou willen vallen.

Dus, na een goede schrob van mijn handen ga ik naar buiten en wandel ik onder de beschermde bladeren van de bomen door. Ik pak de houten reling naast me vast en zeg een weggaand stel gedag, waarna ik de met warm zand bedekte treden naar beneden volg. En daar ben ik dan, op het Ninety Miles Beach. Negentig mijl lang alleen maar strand met als enige gezelschap om me heen wat zeemeeuwen en een ouder koppel in de diepte van m’n horizon. Zover ik met mijn blik kan reiken ligt het zand tot over de punten waar de aarde bol buigt.

Vrij als ik me voel ren ik op blote voeten van de beplante duinen af richting de ruige zee waar de dreigende wolken boven me alles alleen nog maar beter maken. Je zou denken kleiner te worden van zoveel overweldigends, maar Australië maakt je grootser dan ooit. 

Places to visit:

The little town Lakes Entrance
Stop at the Kalimna lookout at the beginning of the lakes
Make a long drive without anything but nature towards Ninety Miles Beach

2017-12-19T18:26:53+00:00