Seaspray Beach

//Seaspray Beach

Seaspray Beach

De tijd gaat, zoals voor iedereen, nog steeds vliegensvlug voorbij, maar er is een verschil. Ik leef met de dag, niet in de toekomst. Ik denk niet aan andere dingen. Oké, de geplande roadtrips grijpen mijn enthousiasme beet, maar verder is het leven hier simpel en dat heeft schijnbaar effect. Mijn hele leven zo wonen trekt me niet, want ik wil er juist op uit en avonturen beleven. Dan is het maar goed dat ik hier heen ben gegaan zeggen mensen dan. Ja. ja, dat klopt.

Australië is een verschrikkelijk veelzijdig land. Er loopt een woestijn dwars doorheen, in de winter kun je op bepaalde plaatsen zelfs sneeuw vinden en dus skien, er zijn veel plattelandsdorpen waar je minimaal een uur voor moet rijden om er te komen, regenwouden, bossen, rivieren, bergen, natuurparken en niet te vergeten de letterlijk duizenden stranden langs de kusten. Vandaag werd de eerste dag er alleen op uit gaan een feit, want eindelijk heb ik een auto weten te bemachtigen! Ik mag mijzelf de trotse eigenaar van een grijsbruine, lakverdwijnende, aircoloze, piepende Nissan uit 1994, twee jaar ouder dan ik, die zowel op benzine als gas (twee keer zo goedkoop) noemen; mijn eerste auto-aanschaffing ooit, aan de andere kant van de wereld. Maar he, het is een automaat en ik mag helemaal zelf de raampjes opendraaien. Dat is wel nodig met 30 graden warmte. Vergeet niet dat een auto ultieme vrijheid biedt, vooral in een uitgestrekt land als dit, en je overal brengt waar je wilt zijn.

Dus hadden de auto en ik een date en gingen we met z’n tweeën naar Seaspray Beach. Nog geen uur rijden van Traralgon, waar ik verblijf, en alleen al de route ernaartoe was prachtig. Aangezien de wegen worden opgeknapt is het veel van snelheid wisselen, maar daardoor blijf je tenminste alert. Bij mijn eerste paar rotondes op de Princes Highway doe ik mijn best aan de linkerkant van de baan te blijven, niet in paniek te raken en gezellig voor rechts te kiezen en de juiste richtingen in te kijken zodat ik niet word aangereden. Maar eenmaal dat overleefd te hebben voel ik me vrij van alles.

Het raampje naast me staat open, de wind ruist door mijn zwierende haren, paarden en koeien staan kalm op de heuvels te grazen en bomen bieden me af en toe beschutting tegen de felle zon. 

Als ik eenmaal de drie dorpjes waar ik binnen vijf minuten doorheen rijd heb gepasseerd is er niets anders dan rust om me heen. Ik rij richting steeds meer eucalyptusbomen terwijl ik me langzaam realiseer dat ik helemaal alleen ben op de hobbelende weg. Tot er een gigantische rode truck met stalen omlijstingen vanaf de andere kant langs me komt gezoefd en me nog net niet het asfalt af drukt. Ik voel me best stoer in mijn miniatuur. Met de navigatie op mijn mobiel luid en duidelijk aan geniet ik van de omgeving en natuur. Vooral veel bossen en eens in de zoveel tijd een huis met een stuk omheinend land ernaast is wat ik tegenkom. Twee wagens vol boomstammen passeren en even later zie ik dat ze stukken vol boom hebben gekapt. Maar in de plaats planten ze nieuwe. Dat is nog eens geven en nemen. Je voelt bijna hoe de snoezige kleine dennenboompjes in de brandende hitte keihard de grond proberen uit te groeien. Ik wens ze succes en zal over een paar jaar rondvragen om te weten hoe het ze vergaat.

Af en toe rijd ik langs een geel ruitvormig bord dat me waarschuwt voor kangaroos en koala’s. Heel naïef zoek ik hoog in de bomen of er misschien eentje op een tak ligt te luieren, maar meestal zijn ze ’s nachts actiever. Ik ga niet te snel, want straks rijd ik iets aan. En om me nog eens extra te waarschuwen ligt er op de andere kant van de weg een dode kangaroo. Een vogel snoept al hongerig aan z’n maaltijd terwijl het diertje er nog vers uitziet.

Wat afgeleid ga ik door, kom een wegversperring tegen waar ik op een stoplicht wacht die me doorlaat op de eenzijdig geworden weg en ga dan door tot de wereld waar ik in beland meer bewoond wordt. Wist je dat als je in Australië een stuk van de weg af woont je je brievenbus wel langs de route moet zetten? Zo’n desbetreffende mailbox bestaat meestal uit een houten of stalen paal met een groot, geroest gerecycled blik erop. Soms is er een zijstraat waar meerdere mensen hun huis hebben geplant en dus zie je een hele rij met allemaal verschillende gekleurde brievenbussen voorbij komen, heel geinig.

Als ik mijn weg vervolg langs verscholen bungalows die alleen kunnen worden opgemerkt door eigen gemaakte houten borden met de familienaam erin gekerfd, laat ik the bush achter me en krijg ik uitzicht op de zee. 

In de verte zie ik tussen de heuvels in al een verticale streep helderblauw onder de lichter getinte lucht. Daar moet ik zijn. Maar eerst word ik aangenaam verwelkomd in het dichtbevolkte dorpje Seaspray door een rij acacia’s aan beide kanten. Hun takken en bladeren zijn boven mij met elkaar verstrengeld en tientallen meters lang voelt het alsof ik door een groene tunnel zweef. Hun brede boomstammen staan stevig in de grond geworteld en sturen me verder naar de oceaan.

De weinige huisjes die in het vlakke plaatsje staan zijn vooral beige of vrolijk gekleurd en er zijn maar enkele straatjes die me uiteindelijk allemaal naar hetzelfde punt brengen. Ik parkeer middenin de schrijnende zonnestralen, aangezien de schaduwen al gestolen zijn. Ongeloofwaardig vertel ik mezelf dat het niet uitmaakt en stap dan uit om een stukje de duinen door te wandelen. Als het te moeilijk wordt om te lopen neem ik mijn stro slippers in de hand en deins op blote voeten verder door het zachte zand.

Er hangt een aangename bries en het water biedt de koelte die me helpt het voor een paar uur uit te houden. De golven zijn schuimend wit en hoog genoeg voor de drie surfers om te trotseren. Met enkele anderen heb ik besloten mijn afternoon hier te vertoeven. 

Places to visit:

Follow Princes Highway until no one’s around

Relax at Seaspray Beach and walk through the tiny place of Seaspray

2017-12-19T17:57:09+00:00