Yarra Valley

//Yarra Valley

Yarra Valley
De meeste jongeren kiezen ervoor om zich in de grote stad te vestigen, waardoor er maar enkelen overblijven om de countryside op te vullen. Na een post via sociale media vind ik een aantal vrijwilligers die samen met mij een weekendje willen roadtrippen. Ik wil graag de Yarra Valley ontdekken, ergens in het midden van de staat Victoria. De natuur hier is onbeschrijfelijk.

Of nou ja, er valt best over te schrijven. Het is gewoon heel mooi. De rust die je hier tegemoet komt en een bepaalde sereniteit in de lucht laat hangen zorgt ervoor dat je continu op vakantie bent. Dat gevoel van vrijheid en het aankunnen van de wereld, oftewel openstaan voor nieuwe situaties en er volledig in vallen zonder enig idee te hebben wat er werkelijk staat te gebeuren.

Op een zaterdagochtend rijd ik anderhalf uur richting Pakenham, één van de buitenste suburbs van Melbourne en nog niet echt onderdeel van de grootse stad. Ik parkeer de auto en ontmoet drie meiden in een parkje voor het plaatselijke treinstation. Ze wonen en werken allemaal in de stad en zijn meer op tijd dan ik op onze ontmoetingsplek. We zeggen elkaar gedag en alsof we elkaar al jaren kennen vullen we doodgewoon de achterbak met onze tassen om vervolgens ons weekend te vieren.

Zonder enig idee te hebben wat je aan het doen bent is waarschijnlijk het beste idee dat je kunt hebben. 
Vooral als de smaragdgroene heuvels en varanen je tegemoet komen en de felgele lijnen op de kronkelende donkere wegen de enige contouren zijn die je volgen moet. We beginnen bij een wildlife park waar de koala’s ons als eerste opvallen. In het echt zien ze er nog veel schattiger uit, voornamelijk omdat ze allemaal heerlijk ontspannen in hun boompjes hangen. De zwarte kraalogen zijn gesloten en de enige bewegingen die worden uitgevoerd is het veranderen van de slaappositie of een lange luie gaap waar nog net niet zo’n schaamteloos geluid bij uit komt.

Licht teleurgesteld door de maar enkele slaperige dieren die we kunnen vinden (niet-springende kangaroos, een pittende wombat en roerloze slangen) proberen we ons het gevoel aan te praten dat we toch iets goeds hebben gedaan voor de dag, want met het dure entreegeld wordt er voedsel en medicatie betaald voor de dieren en de rangers van het park krijgen aan het eind van de maand hun salaris. Dus iedereen heeft baat, allemaal dankzij ons. Met minder vermogen op zak vervolgen we onze weg naar een supermarkt om in een parkje even goedkoop te lunchen. Om voorbereid te zijn halen we meteen wat voor het avondeten en ontbijt aangezien ze dat in het hostel niet voor ons klaar hebben staan.

We maken een rit over de Black Spur Drive. Een weg die bekend staat om de reusachtig lange bomen waar je langs zoeft en de vele scherpe bochten waar je toch echt een opperste focus voor klaar moet hebben liggen. Maar de auto en ik redden het prima en doen het, tot irritatie van stoer auto’s achter ons, rustig aan. Onze eindbestemming is Steavenson Falls, een beeldschone waterval aan het eind van een minuscuul holiday dorpje. Het ligt veel minder verscholen dan degenen die ik al heb bezocht en is een stuk toeristischer. Een foto vanaf de brug over het water zonder mensen erop kan ik dan ook niet maken.

Maar wanneer we een lichtbruin stenen trap tussen de bosjes zien, besluiten we de traptreden te bewandelen.
Pas later komen we erachter dat we een kilometer omhoog zijn geklommen naar het hoogste punt van de waterval. Onderweg komen we wat voorbijgangers tegen die me vragen een foto van hen te maken. Zij hebben het pad al getrotseerd en zijn allemaal op weg naar beneden. Als we er eindelijk zijn, vinden we maar twee mannen die druk selfies staan te maken op de gladde stenen vlakbij het water. Twee van de andere meiden doen hetzelfde en gaan op wat rotsen zitten. Ik blijf braaf op de loopbrug en geniet net zoveel van het uitzicht over de op elkaar rustende heuvels en de gekleurde mieren ver beneden ons.

Om een einde aan onze dag te maken gaan we naar het hostel dat we via internet hebben geboekt. De weg wordt steeds rustiger en terwijl de schaduw over het land groter wordt, bekruipt ons een wat vreemd gevoel over het eindstation. We slaan ergens linksaf terwijl we omgeven worden door lange dunne bomen. Het is doodstil en we vragen ons af of we wel goed zitten. Maar dan zien we een klein houten gebouw voor ons en een parkeerplaats gevuld met auto’s. We zijn gearriveerd en gaan op zoek naar iemand die ons verder kan helpen. Een groep jongeren die binnen in de hut net wat gaan dineren kijken ons bijna angstig aan als we hen vragen naar de eigenaar.

We lopen verder over het terrein naar een huis verderop. Net als we dichterbij komen verschijnen een man en een vrouw naar buiten met wat wijn en water. De Amerikaanse man vertelt ons dat hij de vader is van de gelijknamige jongen die het hostel runt. Hij wandelt een stukje mee terug en wijst dan naar z’n zoon die net de hut binnen gaat. We stappen de brede houten veranda op die overdekt wordt door nog meer hout. Het ziet er zelfgemaakt maar goed gelukt uit. Schattige lantaarns en slierten lichtjes hangen om ons heen en gaan aan zodra het donker wordt.

Eindelijk vinden we degene die we zoeken, de eigenaar van het Texaans ogende tafereel. Na wat gekletst te hebben slaan we onze spullen op in een gedeelde kamer die we, wat blijkt, niet hoeven te delen. We komen meneer Senior opnieuw tegen als hij ons voorstelt de volgende ochtend vroeg met hem mee te gaan over z’n land om kangaroos te spotten. Daar zeggen we geen nee tegen. Als het allang donker is maken we in de keuken waar alles van hout en in elkaar geflanst is (wat het nog authentieker en leuker maakt) een zelfbereide bolognese pasta als diner die we hongerig opsmikkelen op het (jawel) houten dek.

Na onze corveedienst schuiven we als enigen aan bij het oranje kampvuur een paar meter verderop om te genieten van de plek waar we verblijven. 

Meneer Junior kletst wat met ons, de anderen gaan wat hun eigen gang en ik luister naar de trillingen van de gitaarsnaren die een man op de veranda creëert, waarbij de rustgevende klanken van z’n stem de weinige mensen die er nog zijn doet zwijgen. Voordat we teruggaan naar het lange witte gebouwtje verderop drinken we nog wat aan de bar en terwijl we naar buiten wandelen blijf ik nog even ergens zitten om adembenemend omhoog te staren naar een beeldschone donkerblauwe hemel die wordt opgelicht door een werkelijk gigantische melkweg. Als een sliert zweven de duizenden sterren die mijn ogen kunnen tellen in de witte vlekken die samen een schilderij boven me vormen. Twee vallende sterren krijg ik daarbij cadeau alsof Australië mij de beste kant van zichzelf probeert te laten zien, wat lukt.

Na een slapeloze nacht is het om zeven uur ‘s ochtends tijd voor onze ontmoeting met Meneer Senior. Het is koud en vochtig als we naar buiten lopen en niet veel later de man ons tegemoet komt lopen. In tegenstelling tot ons is hij fris en fruitig klaar voor een goede start van de dag. Zonder te begrijpen waarom we eigenlijk zo vroeg zijn opgestaan stappen we in z’n grijze pick-up om vervolgens de weg die ons deed twijfelen of we wel goed zaten te volgen en ergens rechtsaf te slaan waarna we op een hobbelig zandpad terecht komen. Uiteraard stoot ik mijn slaperige hoofd een keer tegen het dak van de auto. Tussen die lange dunne bomen door vertelt hij ons dat het allemaal van hem is en al het land dat ons tegemoet komt eveneens. Met grote ogen verbazen we ons over de schaal van wat hij bezit. ‘Ik heb er lang voor moeten sparen en veel voor opgegeven, maar het is het waard.’ Wij kunnen niet anders dan knikken en hem prijzen voor het vervullen van z’n droom.

De reusachtige heuvels gevuld met zwarte koeien rijdt hij zonder enige moeite op om ons een nog mooier uitzicht te geven over z’n landgoed. Ter beloning voor het teleurstellende bezoek aan het dierenpark zien we twee wilde kangaroos (ik maar eentje, ik had m’n bril moeten meenemen), een starende vos en een wit hert (dat ik ook mis). De laatste schijnt ongedierte te zijn voor meneer Seniors honderden cherry trees, waar een paar weken per jaar reizigers de kersen plukken voor verkoop. In nette rijen staan ze naast elkaar, maar als we er tussendoor rijden zien we hoe het hert de baby boompjes langzaam maar zeker kaal plukt om zichzelf te voorzien van voedsel.

De onvergetelijke drie uur durende trip over het land is iets bijzonders en simpels tegelijkertijd. Het lijkt alsof we er een hele dag op hebben zitten als we de zon op zien gaan, een spetterende view hebben vanaf de hoogste berg die meneer Senior toebehoort en dan achterin de pick-up springen om die weer in snelvaart af te rijden. Als alles zo’n honderd meter onder je pas begint, je achter in een auto staat en de wind door je haren bladert om alles nog spectaculairder te maken, dan voelt al het goede perfect en al het slechte onbestaanbaar.

Waar je ook bent in Australië, je voelt je door alles on top of the world.
Om de trip te eindigen gaan we langs Bruno’s Sculpture Garden vlakbij de Steavenson Falls, de hoogste waterval van Victoria trouwens. Bruno schijnt in België gewoond te hebben en kan dus Nederlands met me praten. De vreemde, artistieke, smalle man heeft me meteen als hij geestig probeert te doen over zijn eigen excentrieke kunst. Maar daarvoor noemen ze het kunst. De vrouw die naast hem staat is in tegenstelling tot hem jong en met haar felblauwe oogschaduw, hippie-achtige kledij en mooie vriendelijke gezicht een bijzondere verschijning, waardoor ik meteen ben gebiologeerd. Als we door hun grote tuin lopen komen we langs de sculpturen die Bruno allemaal met de hand heeft gemaakt.

Achter ieder beeld zit een verhaal en de meeste vrouwen die in de tuin verborgen zijn lijken op de jonge vrouw die hem gezelschap houdt. Haar hypnotiserende muziek die via bandjes door de bladeren heen is te horen zorgt ervoor dat ik me in kalmte waan en een fantasiewereld. Eigenaardige wezens als trollen en feeën, de natuur en Bruno’s muze staan centraal in z’n werk. Het sculptuur van de twee die uit een boom lijken te ontstaan en elkaar innig omhelzen als één blijft me bij. Hun liefde is overal te voelen en ik voel me gezegend er op een manier getuige van te mogen zijn. De afbeeldingen van de heftige branden die Marysville in 2009 troffen laten zien hoe zeer de tuin beschadigd was en hoeveel kunst er gerestaureerd moest worden, wat is gelukt. Van een dodelijke pikzwart terug naar groene magie.

Ik bedank Bruno en de roerende vrouw die mij hebben geïnspireerd en hoop dat ze een klein besef hebben van wat het land, mijn ervaring daarvan en hun aanwezigheid erin doet met wie ik ben en de groei die ik hier doormaak. Op de namiddag van de zondag wandelen we nog een stuk door het regenwoud om de grootste boom, meer dan 86 meter hoog, van Victoria te bewonderen. Helaas mogen we de rest van de track niet volgen vanwege bomen die op het pad zijn gevallen. Maar de hitte en de moeheid die toe zijn geslagen doen ons realiseren dat het tijd is om naar huis te gaan.

Places to visit:

Healesville Sanctuary is the place to be (outside summer season)
Drive the Black Spur to be impressed
Check out the biggest Steavenson Falls and dare to climb all the way up
Stay the night at Bonfire Station, a friendly hostel surrounded with nothing but nature
Spend an hour or two at the Sculpture Gardens and let Bruno tell you about his life
Visit the biggest tree, Big Tree, of Victoria now it’s still alive

Tarra Bulga National Park
Er is zoveel te ontdekken in alleen al de provincie Victoria. Ik heb de mazzel omringd te zijn door gigantische bergen, helderblauwe luchten en de prachtigste manier waarop de natuur zich kan uiten. Alles is zo immens waardoor ik me zo mens voel zonder er iets zweverigs van te maken. Het leven wordt ineens heel simpel als je omgeven wordt door bomen en de geruisloze stilte die als een beschermende laag om je heen dwarrelt.

Na een paar drukke dagen achter de rug te hebben is het tijd voor wat ontspanning. En hoe is dat beter te vieren dan de bergen in te trekken. Ik verlaat de veilige vallei die inmiddels als mijn thuisbasis dient en neem een nog onbekende weg vanaf het drukke kruispunt aan het eind van de straat. Ik beland op een rustige snelweg die niet al te lang is, vergeleken met andere roadtrips die ik heb doorstaan. De dode wilde dieren langs de weg beangstigen me nog steeds, dus zelfs als er een auto vlak achter me zit besluit ik niet volgens het snelheidslimiet te gaan racen en goed uit te kijken. Al snel wordt het asfalt smaller en realiseer ik me dat ik een bergweggetje zal moeten volgen. Ik kom langs afgelegen boerderijen met grote stukken land waar paarden en koeien vredig staan te grazen. Achter hen bieden de heuvels hen schaduw wat ook mij bereikt. Mijn ogen draaien overuren om alles in zich op te nemen. De donkergekleurde silhouetten van de gigantische rondingen van de Aarde verslaan mijn fantasie.

De omgeving drukt me steeds verder in zich, alsof ik geen andere keuze heb dan vooruit te gaan en omarmt te worden door de koeler wordende bries die door de auto blaast.

Wanneer ik het bordje Tarra Bulga National Park voorbij raas verandert alles om me heen plots. Van het ene op het andere moment ben ik in het regenwoud en kijk ik links van mij in een diepe afgrond waar de wortelen van meterslange eucalyptusbomen en myrtle beech zich hebben genesteld om vervolgens boven me uit te torenen. Reusachtige varanen tegen de bergen vlak langs de weg zorgen ervoor dat een smaragdgroene kleur mijn lichaam doet gloeien. Verwonderd rijd ik de scherpe bochten naar beneden, alsof ik een karretje in de Droomvlucht van de Efteling bestuur in een bos vol elven en mythische wezens.

Vrij gemakkelijk, zowaar, arriveer ik op de parkeerplaats bij het Visitors Centre. Amper in staat te kunnen wachten stap ik met een diepe zucht uit de auto en begin ik aan de Lyrebird Ridge Track. Door het vochtige klimaat is het aangenaam en heb ik zowaar zin in de wandeling, ondanks dat het niet mijn hobby is. Maar dat hoeft hier ook niet, aangezien je vooral bezig bent met wat er in vredesnaam om je heen gebeurt. Voor mijn doen wandel ik vrij snel het pad af tot het eind waar ik op een houten picknickbank even tot rust kom en, zoals de teksten op de borden waar ik langs ben gelopen mij adviseren te doen, geniet van de overweldigende stilte.

Het enige waar mijn oren gehoor aan kunnen geven is een zuchtje wind door de bladeren aan de toppen hoog in de lucht en wat vogels die zingend door de varanen waden. 

Nog steeds wil ik de highlight van het nationale park zien en dus struin ik dezelfde route terug om ergens op de helft een andere weg te bewandelen. Ik ben opgelucht als het zachte verse mos me benedenwaarts leidt, maar ik weet dat ik ook weer terug moet. Vreemd genoeg fluistert het bos me toe er geen zorgen voor te creëren. Zonder slangen tegen te komen, wel door veel spinnenraggen te moeten vroeten en langs één van Victoria’s oudste en meest reusachtige bomen te benen tref ik op een klein uitkijkpunt hetgeen waar ik naar op zoek was, de Suspension Bridge. Een wiebelende brug die ergens in 1800 is gebouwd om nietszeggende burgers zoals ik uitzicht te geven over het gekoesterde regenwoud dat zichzelf compleet voorziet in alle vormen die er bestaan. Voor geen moment lijk ik alleen als ik het laatste stukje pad er naartoe afdwaal, want alles om me heen leeft en beneemt me de adem om haar eigen te kunnen blijven voeden.

Blij als een kind hobbel ik twee keer over de brug heen wat heel vreemd voelt, maar de stevige houten constructie en het staal dat de planken onder me draagt geven me het idee dat ik veilig ben. Op een veel langzamer tempo klim ik omhoog om terug naar de parkeerplaats te gaan. Nog steeds staat de auto in de schaduw te rusten voor ik weer instap en we samen een stukje verder rijden. Iets wat ongepland was en ook niet op de navigatie ingetikt stond. Dus op eigen houtje probeer ik meer mooie plekken te vinden, wat me lukt.

Zonder dat ik ervan wist wachten twee smalle maar lang kroelende watervallen op me. Aan de andere kant van Tarra Bulga glijd het kalme water over gladde donkergrijze stenen.

Via houten vlonders steek ik over om het water onder me haar gang te laten gaan. Het stroomt over en tussen de keien door naar ergens waar ik het bestaan nooit van zal weten. Waar ik wel heen mag is de top van de Cyathea Falls. Met een ouder fit en zongebruind koppel voor me en een jong gezin achter me volg ik de leidende weg naar boven toe. Met houten relingen naast me verstevig ik m’n pas en voel een sereniteit om me heen hangen als ik uiteindelijk de donkere stenen muur zie waar mijn oog op valt. Striemen zuiver water vallen neer op de rotsblokken en banen zich een weg naar beneden.

Als de twee zestigers alweer vertrekken, spreekt de moeder van de kleine familie op het bankje me aan. We raken aan de praat als hun zoontje naar me begint te lachen en voluit brabbelt, waarschijnlijk over hoe mooi hij het regenwoud vindt. Ze zijn hier vaker geweest en lijken me avonturiers in eigen land, zoals ook blijkt uit het gesprek. Na ontzettend veel tips over bezoekjes die ik gedaan moét hebben voor ik weer terugkeer naar Nederland zeggen we elkaar gedag. “See ya!”. Na een dappere poging dichter bij de waterval te komen heb ik de gewenste foto en keer ik net als hen terug. Net als ik wegrijdt komen ook zij via een omweg het park uit. Ik zwaai naar ze waarop ik een hartelijk afscheid terugkrijg.

Het is helemaal niet gek om met iemand te praten die je voor het eerst ontmoet. Dat zijn juist de mooiste momenten waar je het meest van leert. Het maakt een ervaring bijzonder en levensverhalen kunnen je altijd bijblijven. Ik ben niet alleen op de wereld dus hoef ik me ook niet zo te voelen. Er zijn miljarden om me heen en om iets kleins met hen te delen is eigenlijk heel gewoon, als een simpele eigenaardigheid.

Places to visit:

Drive the Traralgon Creek Road – Traralgon-Balook Road 37 km
Go hike one of the trails in Tarra-Bulga National Park
Walk among the Suspension Bridge in the TB rainforest
Seek a little further and find the Cyathea Falls & Tarra Falls

2017-12-19T18:06:02+00:00